Mijn wereld

‘Het gaat wel goed.’ Mijn antwoord op de vraag wanneer mensen aan mij vragen hoe het met mij gaat, want ik weet dat de meeste niet geïnteresseerd zijn. Ze zijn niet geïnteresseerd hoe het écht met mij gaat. Uit beleefdheid vragen ze het of om een gesprek met mij te beginnen. En als ik wel zou vertellen hoe het werkelijk met mij gaat, zullen ze het niet snappen. Mijn werkelijke antwoord zullen ze wegwuiven. Wegwuiven door te zeggen dat ik niks heb om over te klagen en dat het allemaal weg goed komt. En daar geef ik ze ook gelijk in.

Want ik bezoek genoeg evenementen die mij gelukkig maken: The Flexican en MC Sef, Neonsplash, Nielson, Tyler Ward, DYTG, 10 dagen naar Lloret de Mar en Ed Sheeran. En elke keer komt er weer iets bij wat ik in mijn zwarte agenda van Moleskine kan zetten. Aandacht van het andere geslacht mis ik niet, want zonder het te zoeken, kom ik daar gerust aan. Mijn derde theorie-examen van de opleiding die ik nu alweer twee jaar volg, heb ik gehaald. Tenminste dat is wat ik denk.  Lees verder

Dag topper

“Hij is er niet meer.” Als een bom kwam dat bericht binnen bij mij. Bij ons. Ik moest een paar keer knipperen met mijn ogen of ik het niet verkeerd las, vanwege het feit dat die dag mijn bril in de grachten was gevallen. En wat ik met alle trots afgelopen donderdag aan jou wilde vertellen. Een paar keer moest ik vragen of jij het wél was en niet iemand die dezelfde naam heeft wat jij droeg. En of het geen zieke grap was die zij, met ons drieën uithaalde, omdat wij weleens, onderling, flauwe grappen over jou maakte. Grappen waarbij we zeiden dat één van ons met jou zou gaan trouwen en dat één van ons verliefd op jou zou kunnen zijn. Maar dit keer was het geen grap, maar de werkelijkheid. De fucking werkelijkheid.

Het feit dat je weg bent en nooit meer bij ons terug zal keren, is iets wat mij nog steeds pijn doet. Het doet mij pijn dat ik afgelopen donderdag om acht uur op school aankwam en jou niet op de plek zag zitten waar jij altijd zat. Met jouw oortjes in, luisterend naar muziek. Dat ik niet meer naast je kon zitten, ik niet zag hoe jij je oortjes uitdeed, jouw mobiel in je zak stopte en vervolgens aan mij vroeg hoe het met mij gaat en hoe mijn week was. Lees verder

Het komt goed

Een mailtje van een onbekende. Met een harde tik op de witte trackpad van mijn laptop, open ik hem snel. Snel lees ik het antwoord en de woede, die ik net in mij had, begint te zakken. Woede wat vooral uit teleurstellingen bestond. Ik snap het niet. Ze wilde zo graag dat dit zou blijven werken, hoe weinig we elkaar ook de laatste tijd zien. Hoe graag ik ook wil dat dit zou blijven werken, er in wil geloven dat deze vriendschap blijft bestaan en ik mijn best doe, blijf ik bij mijn besluit dat het van beide kanten moet komen. Helaas komt het nu maar van één kant én dat is mijn kant. Ik lees het antwoord nog een keer: of ik een aantal foto’s wil sturen, want de onbekende wilt zeker weten of ik wel te vertrouwen ben.

Het idee dat dit mij nooit zou overkomen, is iets wat ik altijd in mijn gedachten heb gehad. Maar vooral de mensen om mij heen. Ik ben intelligent, heb mijn woordje altijd klaar staan en vertrouw mensen niet al te snel. Tenminste: dat is wat zij vinden en ongelijk geef ik ze niet. Zeker niet. Vooral dat stukje dat ik mensen niet al te snel vertrouw.

Wat een goede, maar ook een slechte eigenschap is. Een klein deel in mij zegt dat ik dat wel moet doen: nieuwe mensen in mijn leven toe laten, ze vertrouwen en zien waar het met hen op uit komt. Zien waar ik met die mensen beland in mijn leven. Lees verder

Het juiste moment

Ik voel hoe een hand mijn haar van mijn blote schouder weghaalt en zijn hand op die plek voor een paar seconden laat rusten. Het voelt vertrouwd, hét is vertrouwd. De huid van zijn hand die de huid van mijn schouder aanraakt, is iets wat ik eerder heb gevoeld. Iets waar ik eerder van heb genoten. Zijn hand verschuift langzaam van mijn schouder naar mijn bovenarm en dwingt mij om mij om te draaien. Ik draai mij om en zie dat hij voor mij staat. Nog steeds heeft hij mij vast bij mijn bovenarm. De verbazing die ik in mijn ogen heb, lijkt hij te zien. En zelfs te begrijpen. Zijn hoofd komt iets dichterbij, zodat ik kan verstaan wat hij zegt. Of ik even met hem naar buiten wil gaan. Hij wilt praten en dat kan niet hier. Voordat ik hem mijn antwoord heb gegeven of ik wel of niet met hem mee naar buiten wil, heeft hij die keuze al voor mij gemaakt. Hij trekt mij aan mijn arm, door de mensenmassa heen, naar buiten toe. Buiten laat hij mijn arm los en loopt hij een stukje verder, vastberaden dat ik hem zal achtervolgen. Lees verder

Los laten is liefde

Met zijn tweeën zitten we naast elkaar. Rechts van mij zie ik hoe ongemakkelijk een jongen, in zijn eentje, zijn bruine boterham met kaas naar binnen zit te werken. Charmant is het niet, want zijn gezicht zit inmiddels onder de bruine broodkruimels. En hoe meer ik mij concentreer op die kruimels, hoe meer ik de drang krijg om het van zijn gezicht af te vegen. Ik besluit mij te concentreren op de mensen om mij heen. Mensen zitten, staan en lopen voorbij. Zij vallen voor mij op, maar ik niet voor hen. Alleen. Ik voel mij alleen, omdat zij, links van mij, geen contact met mij maakt. Met haar vingers maakt ze contact met het beeldscherm van haar mobiel. En haar mobiel maakt weer contact met haar vriend. Inmiddels een aantal dagen ex-vriend. Ik zucht. Heel diep. 

Af en toe heb ik momenten dat ik realiseer dat ik onwijs blij moet zijn dat ik vrijgezel ben. Dat ik blij mag zijn dat ik op mijn vrije dag de hele dag in bed kan blijven liggen met mijn laptop naast mij en ongestoord mijn series kan kijken. Of in plaats van mijn laptop met een spannend boek lig en ongestoord alle hoofdstukken van het boek uit wil lezen. Lees verder