Ronald de Vreemde

Misselijk van de alcohol loop ik, in mijn eentje, over The Strip van het prachtige, drukke en sfeervolle Lloret de Mar; op weg naar het hotel. Snel wurm ik mij door een aantal mensen heen en vermijd ik de irritante mannen met een bos rozen in hun hand. Het verbaasd mij dat ik de weg, wat eigenlijk niet zo heel moeilijk is, nog weet met de alcohol in mijn hoofd wat onwijs bonst. Blij ben ik dan ook als ik bijna bij het hotel ben, maar dan zie ik een jongen. Een jongen wie een kop groter is dan ik, wie staat te wankelen op zijn benen en de ingang niet meer kan vinden. ‘Hey, jij daar! Gaat het wel?’, roep ik.

Met langzame passen loop ik naar de jongen toe. ‘Gaat het wel?’, vraag ik nog een keer. Dit keer alleen iets dichterbij. Gemompel. ‘Nee. Mijn vrienden waarmee ik al zes jaar omga, hebben mij in de steek gelaten. In de steek gelaten!’ Ik begin te lachen, vraag hem naar zijn naam en of hij ook in dit hotel overnacht. Voor het laatste sla ik mij nu voor mijn kop, want waarom zou hij hier anders voor het hotel staan? Lees verder

Geen vader, wel een papa

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer open maak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen er op. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of er tussen al deze enveloppen, ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente is waar ik in woon en hij al is open gemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is.’ schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde, lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het er voor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Lees verder

GHB-cola

Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe ze dichterbij komen dansen. Hoe ze zich meer uitsloven en dat alleen om nog méér indruk op ons te maken. Althans dat is wat zij denken, wat zij niet weten, is dat de interesse die zij van ons verwachten, er niet is. Nu niet, nooit niet. Voor even besluit ik niet naar het uitsloverige gedoe te kijken en wanneer ik terug kijk, zijn ze verdwenen. Opgelucht haal ik adem, maar dat is maar voor even. Want na één zucht, zie ik ze alweer naast ons staan. Met vier drankjes. Twee voor hun, twee voor ons. ‘Alsjeblieft. Vodka met cola.’

Dat mannen jagers zijn, is iets wat ik inmiddels wel weet. En iets wat men mij niet meer hoeft te vertellen. Ik krijg het vaak genoeg van de mannen zelf te horen: ‘Wij mannen zijn jagers. Jullie vrouwen zijn onze prooien.’ Prooien. Ook wel beter bekend als slachtoffers.

Slachtoffers van dé macho-mannenharten. De mannenharten die ervoor zorgen dat onze vrouwenhart een sprongetje maken wanneer ze tijdens het uitgaan naar ons toekomen om een dansje en een praatje te maken. Iets wat er voor zorgt dat de sterke vrouwenharten naar de een-beetje-zwakke-vrouwenhart gaat. Lees verder

Mijn wereld

‘Het gaat wel goed.’ Mijn antwoord op de vraag wanneer mensen aan mij vragen hoe het met mij gaat, want ik weet dat de meeste niet geïnteresseerd zijn. Ze zijn niet geïnteresseerd hoe het écht met mij gaat. Uit beleefdheid vragen ze het of om een gesprek met mij te beginnen. En als ik wel zou vertellen hoe het werkelijk met mij gaat, zullen ze het niet snappen. Mijn werkelijke antwoord zullen ze wegwuiven. Wegwuiven door te zeggen dat ik niks heb om over te klagen en dat het allemaal weg goed komt. En daar geef ik ze ook gelijk in.

Want ik bezoek genoeg evenementen die mij gelukkig maken: The Flexican en MC Sef, Neonsplash, Nielson, Tyler Ward, DYTG, 10 dagen naar Lloret de Mar en Ed Sheeran. En elke keer komt er weer iets bij wat ik in mijn zwarte agenda van Moleskine kan zetten. Aandacht van het andere geslacht mis ik niet, want zonder het te zoeken, kom ik daar gerust aan. Mijn derde theorie-examen van de opleiding die ik nu alweer twee jaar volg, heb ik gehaald. Tenminste dat is wat ik denk.  Lees verder

Dag topper

“Hij is er niet meer.” Als een bom kwam dat bericht binnen bij mij. Bij ons. Ik moest een paar keer knipperen met mijn ogen of ik het niet verkeerd las, vanwege het feit dat die dag mijn bril in de grachten was gevallen. En wat ik met alle trots afgelopen donderdag aan jou wilde vertellen. Een paar keer moest ik vragen of jij het wél was en niet iemand die dezelfde naam heeft wat jij droeg. En of het geen zieke grap was die zij, met ons drieën uithaalde, omdat wij weleens, onderling, flauwe grappen over jou maakte. Grappen waarbij we zeiden dat één van ons met jou zou gaan trouwen en dat één van ons verliefd op jou zou kunnen zijn. Maar dit keer was het geen grap, maar de werkelijkheid. De fucking werkelijkheid.

Het feit dat je weg bent en nooit meer bij ons terug zal keren, is iets wat mij nog steeds pijn doet. Het doet mij pijn dat ik afgelopen donderdag om acht uur op school aankwam en jou niet op de plek zag zitten waar jij altijd zat. Met jouw oortjes in, luisterend naar muziek. Dat ik niet meer naast je kon zitten, ik niet zag hoe jij je oortjes uitdeed, jouw mobiel in je zak stopte en vervolgens aan mij vroeg hoe het met mij gaat en hoe mijn week was. Lees verder