Toch nog medelijden

Iets in mijn hoofd zei mij al dat ik waakzaam moest zijn wanneer ik het station binnen een kwartier zou naderen en dat beetje pijn in mijn buik probeerde mij te vertellen dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen, maar dat ik hier het straatje in moest. De signalen van dat beetje buikpijn negeerde ik en liep richting de bibliotheek met mijn oortjes in, zodat ik in mijn eigen wereld verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het te laat om mij nog om te keren zonder dat het zou opvallen. Degene die ik namelijk vermijden wilde, zat daar op het bankje; knalgeel jasje, zwarte muts en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Ik werd wakker geschud uit mijn eigen wereld en stond een paar seconden stil om na te denken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. De enige oplossing wat er was, was om langs hem te lopen en de moed te overwinnen die ik al jaren aan het ontwijken ben. Geconfronteerd met hem worden, wilde ik absoluut niet en daarom besloot ik in die seconden wat ik had om na te denken, om achter hem langs te lopen. Lees verder

Geen controle

Nietsvermoedend zat ik vanmiddag, twee uur later dan gepland, in de schoolbanken. Normaliter staar ik voor mij uit, gaat de informatie wat ik krijg mijn ene oor in en de ander weer uit en kijk ik regelmatig op mijn mobiel. Dit keer was het anders, want ik kreeg les over de methode ‘De Kracht van 8’. Ooit had ik er van gehoord, maar nooit had ik er iets meegedaan. Deze methode leert je namelijk een bijdrage te leveren aan de wereld, waarin je leert om respect voor jezelf en de omgeving te hebben. En voordat je respect voor jezelf kan hebben, moet je jezelf (leren) kennen. Na alle informatie wat ik kreeg, moest ik een aantal vragen over mezelf beantwoorden en dit bespreken met een aantal klasgenoten. Toen iedereen dit had besproken en weer zat, vroeg mijn docente aan mij wat ik écht niet leuk vind. ‘Als ik geen controle op situaties heb.’, antwoordde ik.

Op het werk, wanneer mijn floormanager en verder geen hoofdverkoper aanwezig is, neem ik graag de verantwoordelijkheid op mij. De verantwoordelijkheid dat alles op zijn manier verloopt wanneer zij er normaal gesproken zijn. Het is een stukje controle wat ik fijn vind om te hebben en dat geldt hetzelfde voor wanneer ik op school ben en graag de hoofdleider ben van een projectgroepje. Lees verder

Ronald de Vreemde

Misselijk van de alcohol loop ik, in mijn eentje, over The Strip van het prachtige, drukke en sfeervolle Lloret de Mar; op weg naar het hotel. Snel wurm ik mij door een aantal mensen heen en vermijd ik de irritante mannen met een bos rozen in hun hand. Het verbaasd mij dat ik de weg, wat eigenlijk niet zo heel moeilijk is, nog weet met de alcohol in mijn hoofd wat onwijs bonst. Blij ben ik dan ook als ik bijna bij het hotel ben, maar dan zie ik een jongen. Een jongen wie een kop groter is dan ik, wie staat te wankelen op zijn benen en de ingang niet meer kan vinden. ‘Hey, jij daar! Gaat het wel?’, roep ik.

Met langzame passen loop ik naar de jongen toe. ‘Gaat het wel?’, vraag ik nog een keer. Dit keer alleen iets dichterbij. Gemompel. ‘Nee. Mijn vrienden waarmee ik al zes jaar omga, hebben mij in de steek gelaten. In de steek gelaten!’ Ik begin te lachen, vraag hem naar zijn naam en of hij ook in dit hotel overnacht. Voor het laatste sla ik mij nu voor mijn kop, want waarom zou hij hier anders voor het hotel staan? Lees verder

Geen vader, wel een papa

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer open maak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen er op. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of er tussen al deze enveloppen, ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente is waar ik in woon en hij al is open gemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is.’ schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde, lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het er voor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Lees verder

GHB-cola

Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe ze dichterbij komen dansen. Hoe ze zich meer uitsloven en dat alleen om nog méér indruk op ons te maken. Althans dat is wat zij denken, wat zij niet weten, is dat de interesse die zij van ons verwachten, er niet is. Nu niet, nooit niet. Voor even besluit ik niet naar het uitsloverige gedoe te kijken en wanneer ik terug kijk, zijn ze verdwenen. Opgelucht haal ik adem, maar dat is maar voor even. Want na één zucht, zie ik ze alweer naast ons staan. Met vier drankjes. Twee voor hun, twee voor ons. ‘Alsjeblieft. Vodka met cola.’

Dat mannen jagers zijn, is iets wat ik inmiddels wel weet. En iets wat men mij niet meer hoeft te vertellen. Ik krijg het vaak genoeg van de mannen zelf te horen: ‘Wij mannen zijn jagers. Jullie vrouwen zijn onze prooien.’ Prooien. Ook wel beter bekend als slachtoffers.

Slachtoffers van dé macho-mannenharten. De mannenharten die ervoor zorgen dat onze vrouwenhart een sprongetje maken wanneer ze tijdens het uitgaan naar ons toekomen om een dansje en een praatje te maken. Iets wat er voor zorgt dat de sterke vrouwenharten naar de een-beetje-zwakke-vrouwenhart gaat. Lees verder