Misschien ooit

Vanaf het moment dat ik hier zit, zie ik af en toe vanuit mijn ooghoeken hem naar mij gluren. Heel even doet hij dat. Af en toe lach ik, maar besteed er voor de rest geen aandacht aan. Misschien zo.

Ik loop naar binnen met het doel om een ander liedje op te zetten. In de kleine ruimte waar dat zou moeten gebeuren, voel ik iemand naar mij kijken. Zal hij het zijn? Voorzichtig draai ik mijn hoofd om. Hij is het. ‘Wat ga je doen?’ Even negeer ik het en bedenk ik wat ik daadwerkelijk zou willen doen. Hoe hij hier tegenover mij staat, hoe graag ik hem naar mij wil toetrekken. Gewoon hem even naar mij toetrekken, zodat hij dichterbij is. Doorgaan met het lezen van “Misschien ooit”

De sterkste overwint

‘Doei moemoe. Tot zo.’, roepen we. Wanneer we thuis zijn na de wekelijkse zwemles op de woensdagmiddag, gaan we samen de badkamer in. Ik, als oudere zus, laat het badje vol lopen met water en hij, als jongere broertje, stapt er in. Samen spelen in de douche, gaan we om de beurt in het badje en ineens horen we glas vallen. ‘Wat is dat? Is mama al weer thuis?’, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen idee en stel voor dat we kijken wat er aan de hand is. Eigenlijk vraag ik aan hem of hij wil kijken, maar hij durft niet. ‘Is niks ergs. Volgens mij heeft mama een bord laten vallen.’, zeg ik dan.

Na een minuut of vijf goed geluisterd te hebben, lijken we niks bijzonders meer te horen. Ik weet zeker dat er niks aan de hand is, waardoor we allebei de gezellige sfeer van net weer oppakken. Doorgaan met het lezen van “De sterkste overwint”

Straks wordt er een aanslag gepleegd

Na een treinreis van anderhalf uur stappen we uit op Amsterdam Centraal voor onze overstap. Vanuit de verte zien we dat er een lange rij bij de roltrap staat. Ik stel voor om een stuk verder te lopen en daar de (rol)trap naar beneden te nemen, maar hij is het er niet mee eens. ‘We nemen gewoon deze, dat zal wel even snel zijn.’ Na wat tegenstribbelen leg ik mezelf er maar bij neer. Dan maar samen met deze menigte de roltrap af.

Het moment dat we eindelijk aan de beurt zijn en ik mijn voet op de tree zet, bedenk ik mij dat we ons bevinden in een menigte, een groot aantal mensen bij elkaar. Dit maakt mij angstig, aangezien niet heel lang geleden de aanslagen in Brussel plaats vonden en het nu wel erg dichtbij komt. ‘Straks wordt er een aanslag gepleegd…’, zeg ik zachtjes tegen hem. Doorgaan met het lezen van “Straks wordt er een aanslag gepleegd”

Alweer een teleurstelling

Het was half 10. Ik stond op met de gedachte dat ik dit keer wel rustig mijn ochtend op kon starten. Ik nam een heerlijke, warme douche en nam uitgebreid de tijd voor mijn make-up, wat ik de vorige keer met mijn ontbijt oversloeg. Mijn eyeliner wilde niet meewerken, dus deed ik alles weer opnieuw. Nadat ik mijn routine gedaan had, en ik eindelijk tevreden was, keek ik naar de tijd op mijn laptop: het was 12 uur. ‘Nog een uur… En dan komt hij mij ophalen.’, dacht ik en haalde ik voor de zoveelste keer rustig adem.

Wie ik bedoel met ‘hij’, is Jos. Jos is mijn rijinstructeur waar ik inmiddels 50 lessen bij in de auto zit. Afgelopen donderdag was het namelijk wéér zover: ik mocht voor de tweede keer afrijden. Jos stond stipt om 1 uur voor mijn huis met zijn grijze auto. Ik haalde nog een keer rustig adem, checkte of ik alles had: paspoort, sleutels en een ontspannen gevoel en stapte de deur uit. Doorgaan met het lezen van “Alweer een teleurstelling”

Niemand wist het

Voorzichtig pakte ik de scooter uit het schuurtje. Ik wilde namelijk niemand wakker maken, zodat ze zich gingen afvragen waar ik naar toe zou gaan op die vroege ochtend. Op die vroege zondagochtend. Zodra de scooter in de steeg stond, zag ik vanuit de verte een hoofd uit het raam steken. Het hoofd van mijn moeder. Haar lippen zag ik bewegen. “Wat?”, riep ik. “Waar ga je naar toe, lieverd?”, vroeg ze. “Gewoon.” Ik startte mijn scooter, zette mijn helm op, sloot de poort en reed weg: op naar het station en op naar hem.

Niemand wist waar ik die bewuste zondag naar toe ging. Ik had namelijk niemand op de hoogte gesteld, omdat ik dan allemaal vragen naar mijn hoofd geslingerd zou krijgen. Vragen die ik op dat moment niet kon beantwoorden en vragen waarvan ik bang was dat zij mij zouden gaan belemmeren, dus ik vond het allemaal best. Ik stapte de trein voor tweeënhalfuur in, om hem vervolgens voor het eerst te zien.

De treinreis duurde niet zolang ik had verwacht, en gelukkig kon ik blijven zitten met maar twee overstappen, die perfect op elkaar aansloten. Af en toe probeerde ik een hoofdstuk af te lezen in mijn nieuwe boek, maar ik merkte dat ik het niet kon: Doorgaan met het lezen van “Niemand wist het”