Tot nooit meer ziens

Nadat we de auto hebben gelost op de grote parkeerplaats bij de Albert Heijn XL, stap ik samen met mijn broertje en een vriendin uit de auto. Terwijl we richting de ingang van de supermarkt lopen, zie ik voor mij een kleine man met een gekleurde rugtas lopen. Ik krijg direct het gevoel dat er iets niet klopt en dat hij het wellicht is, maar hoe groot is die kans nou? Dus besluit ik mijn onderbuikgevoel te negeren en loop ik langzaam achter hem verder.

Voordat we daadwerkelijk de supermarkt betreden, vraagt mijn broertje of hij niet eerst een bakje kibbeling kan halen. ‘Laten we eerst boodschappen doen en dan pas kibbeling halen’, geef ik als antwoord. Want dat onderbuikgevoel dat ik eerder negeerde, komt weer opspelen. Iets in mij zegt dat we direct de supermarkt in moeten duiken en hier zo snel mogelijk weg moeten, maar ik zie de teleurstelling in zijn gezicht. ‘Haal maar. Je moet niet met een lege maag de supermarkt in.’

“Maar waarom zou ik nog naar hem omkijken?”

Ik zie een glimlach op zijn gezicht verschijnen en vervolgens trekt hij een sprintje naar de visboer. Terwijl hij zijn bakje kibbeling bestelt, neem ik kletsend plaats aan de grote, houten tafel en kijk ik naar rechts. Ik schrik, want ik zie die kleine man met de gekleurde rugtas daar staan. Hij is het toch wel. Gauw kijk ik weer de andere kant op. ‘Kijk eens langzaam naar rechts. Zie je die man daar staan?’, fluister ik tegen mijn vriendin. Ze draait langzaam haar hoofd naar rechts en bevestigt dat zij hem heeft gezien. ‘Dat is mijn vader.’ Continue reading “Tot nooit meer ziens”

Ik wil niet

Ik wil mijn gevoelens tegenover jou niet uiten,
want ik weet dondersgoed dat je er niets mee doet.
En als ik besluit dat wel te doen, geeft dat alleen maar meer gedoe.

Ik wil namelijk niet tegen jou zeggen dat je mij kwaad maakt,
want het weten van mijn diepste gevoelens én vermoedens,
dat ben je niet waard.

Ik wil niet dat je weet dat ik soms avonden om jou lig te huilen
en dat ik de volgende dag mijn verschrikkelijke best doe
om dat te verschuilen.

Ik wil niet dat je hoort dat je beetje bij beetje, elke dag weer,
mijn hart breekt. En dat je weet dat ik elke avond smeek
om dit niet te hoeven voelen.

Ik wil niet dat je weet dat je mij soms onzeker maakt
en dat ik dat vooral ben, wanneer ik zie dat jij je met anderen vermaakt.
Want die onzekerheid die ik voel, is volgens jou dan niet zo bedoelt.

Ik wil niet dat je weet dat je mij soms tot wanhoop drijft.
Tot zo’n wanhoop dat ik weer naast jou lig
en dan opnieuw de liefde, zoals jij het noemt, met jou bedrijf.

Urgentie en intentie

Waarom voel je de urgentie om mij te berichten
na maandenlang geen contact
en net te doen alsof ik jou gisteren nog sprak en zag?
Je vraagt hoe het met mij gaat en of ik mij wel zonder jou vermaak.

Waarom zou ik mij niet zonder jou vermaken?
Als ik mij, voordat ik jou leerde kennen, al vermaakte?
Voor als je het nog niet weet: er was een tijd voor jou
en die zal er ook zijn na jou.

Dus wat is de urgentie en jouw intentie om mij weer te berichten?
Is het om te vertellen dat jij je toch vergiste
en dat je in die maanden zonder mij, mij toch begon te missen?

Of is het om te vertellen dat jij je zoals gewoonlijk weer hebt bedacht,
te vertellen dat jij het verlangen naar mij weer hebt opgepakt
en dat de reden voor jouw bericht is dat ik weer op je rijden mag?