Ik wil niet

Ik wil mijn gevoelens tegenover jou niet uiten,
want ik weet dondersgoed dat je er niets mee doet.
En als ik besluit dat wel te doen, geeft dat alleen maar meer gedoe.

Ik wil namelijk niet tegen jou zeggen dat je mij kwaad maakt,
want het weten van mijn diepste gevoelens én vermoedens,
dat ben je niet waard.

Ik wil niet dat je weet dat ik soms avonden om jou lig te huilen
en dat ik de volgende dag mijn verschrikkelijke best doe
om dat te verschuilen.

Ik wil niet dat je hoort dat je beetje bij beetje, elke dag weer,
mijn hart breekt. En dat je weet dat ik elke avond smeek
om dit niet te hoeven voelen.

Ik wil niet dat je weet dat je mij soms onzeker maakt
en dat ik dat vooral ben, wanneer ik zie dat jij je met anderen vermaakt.
Want die onzekerheid die ik voel, is volgens jou dan niet zo bedoelt.

Ik wil niet dat je weet dat je mij soms tot wanhoop drijft.
Tot zo’n wanhoop dat ik weer naast jou lig
en dan opnieuw de liefde, zoals jij het noemt, met jou bedrijf.

 

Wat is er mis met mij?

Vertel, wat is er mis met mij?
Aangezien het erop lijkt dat je mij alweer vergeten lijkt te zijn
na een dag of vijf.
Want als ik het zo van een afstand bekijk, vermijd je mij
omdat je bang bent dat ik anders te lang in jouw leven blijf,
dan je vooraf gedacht had.
Maar dacht je hier ook aan toen ik naast jou in bed lag?

Urgentie en intentie

Waarom voel je de urgentie om mij te berichten
na maandenlang geen contact
en net te doen alsof ik jou gisteren nog sprak en zag?
Je vraagt hoe het met mij gaat en of ik mij wel zonder jou vermaak.

Waarom zou ik mij niet zonder jou vermaken?
Als ik mij, voordat ik jou leerde kennen, al vermaakte?
Voor als je het nog niet weet: er was een tijd voor jou
en die zal er ook zijn na jou.

Dus wat is de urgentie en jouw intentie om mij weer te berichten?
Is het om te vertellen dat jij je toch vergiste
en dat je in die maanden zonder mij, mij toch begon te missen?

Of is het om te vertellen dat jij je zoals gewoonlijk weer hebt bedacht,
te vertellen dat jij het verlangen naar mij weer hebt opgepakt
en dat de reden voor jouw bericht is dat ik weer op je rijden mag?

Liefdesstrijd

Ik probeerde jouw aandacht te trekken,
om jou iets belangrijks te kunnen vertellen.
Ik wilde je namelijk waarschuwen dat ons einde in zicht was
en dat ik bijna op het punt stond om te vertrekken.
Zo eigenwijs als je bent, reageerde en luisterde je niet.
In plaats daarvan, negeerde je het
en duwde jij mij keer op keer weg.

En zo eigenwijs als ik ben, kwam ik telkens bij jou terug.
Misschien omdat ik niet wist,
niet wist hoe ik zonder jou nou verder moest.
Daarom greep ik met beide handen de hand
waarmee jij mij telkens wegduwde,
om zo vervolgens toch nog wat langer bij jou te kunnen zijn,
omdat ik van de gedachte zonder jou zo ontzettend gruwde.

Maar nu staat dan ons einde toch voor de deur,
omdat ik ervoor kies om niet langer te willen leven in deze sleur.
Begrijp mij niet verkeerd,
de gedachte zonder jou laat mij nog steeds gruwen.
Het is alleen tijd om die gedachte weg te duwen
en voor mezelf te kiezen.
Want ik wil mezelf niet in onze liefdesstrijd verliezen.

Niet als een gemis

We zitten tegenover elkaar.
Jij vrij, ik vastgebonden.
Jij verlangend naar de waarheid,
ik wachtend om te biechten over mijn zonden.
Je kijkt me aan en in jouw ogen zie ik de pijn.
Pijn dat ik veroorzaakt heb,
maar het heeft helaas zo moeten zijn.

Je vraagt of ik nog van je houd.
Natuurlijk, houden van doe ik.
Alleen is de liefde tussen ons al een langere tijd wat te koud.
Hoe het kan zijn dat jij je zo voelt?
Ik kan het niet verklaren,
want deze situatie is door de golven van de zee
zo op ons strand gespoeld.

Je vraagt of er een ander in beeld is,
dat is iets wat je nu gokt en waarin jij je vergist.
Je vraagt je nog meer dingen af,
maar wat ik me afvraag,
is of jij je afvraagt
of ik mij nog dingen afvraag.
Dat doe je niet.

Je allerlaatste vraag,
of jij de liefde van mijn leven bent.
Je ziet twijfeling in mijn gezicht,
en eerlijk is eerlijk:
ik zie een leven zonder jou
niet als een gemis.