Tot nooit meer ziens

Nadat we de auto hebben gelost op de grote parkeerplaats bij de Albert Heijn XL, stap ik samen met mijn broertje en een vriendin uit de auto. Terwijl we richting de ingang van de supermarkt lopen, zie ik voor mij een kleine man met een gekleurde rugtas lopen. Ik krijg direct het gevoel dat er iets niet klopt en dat hij het wellicht is, maar hoe groot is die kans nou? Dus besluit ik mijn onderbuikgevoel te negeren en loop ik langzaam achter hem verder.

Voordat we daadwerkelijk de supermarkt betreden, vraagt mijn broertje of hij niet eerst een bakje kibbeling kan halen. ‘Laten we eerst boodschappen doen en dan pas kibbeling halen’, geef ik als antwoord. Want dat onderbuikgevoel dat ik eerder negeerde, komt weer opspelen. Iets in mij zegt dat we direct de supermarkt in moeten duiken en hier zo snel mogelijk weg moeten, maar ik zie de teleurstelling in zijn gezicht. ‘Haal maar. Je moet niet met een lege maag de supermarkt in.’

“Maar waarom zou ik nog naar hem omkijken?”

Ik zie een glimlach op zijn gezicht verschijnen en vervolgens trekt hij een sprintje naar de visboer. Terwijl hij zijn bakje kibbeling bestelt, neem ik kletsend plaats aan de grote, houten tafel en kijk ik naar rechts. Ik schrik, want ik zie die kleine man met de gekleurde rugtas daar staan. Hij is het toch wel. Gauw kijk ik weer de andere kant op. ‘Kijk eens langzaam naar rechts. Zie je die man daar staan?’, fluister ik tegen mijn vriendin. Ze draait langzaam haar hoofd naar rechts en bevestigt dat zij hem heeft gezien. ‘Dat is mijn vader.’

‘Je moet snel handelen’, zeg ik tegen mezelf. Ik probeer oogcontact te zoeken met mijn broertje en sein vervolgens naar hem dat hij naar mij toe moet komen. ‘Weet je wie daar staat?’, vraag ik. Zonder op zijn antwoord te wachten vertel ik het. ‘Dat is onze vader.’ Hij knikt bevestigend. ‘Ik zag het al.’ ‘Als jij je bestelling hebt, lopen we direct naar de auto’, commandeer ik. En enkele minuten later doen we dat, zonder achterom te kijken of onze vader ons achtervolgt.

Ik had de kans om mijn bloedeigen vader na zoveel jaren aan te spreken. Ik had hem kunnen vragen of hij ons herkende, om vervolgens verder te vragen hoe het met hem gaat, of hij weleens aan zijn kinderen denkt en zijn kinderen mist. Maar waarom zou ik nog naar hem omkijken? Want de schade die hij heeft veroorzaakt en mij jaren achtervolgd heeft, is het omkijken naar hem niet waard. Ten slotte heeft hij ook nooit meer naar zijn kinderen omgekeken.

Dus loop ik sneller, stappen we de auto in en rijd ik met een volle vaart weg. Hopelijk tot nooit meer ziens.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s