Geen vader, wel een papa

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer openmaak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen erop. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of tussen al deze enveloppen ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente waar ik in woon en hij al is opengemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is’, schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het ervoor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Doorgaan met het lezen van “Geen vader, wel een papa”

Dag topper

‘Hij is er niet meer.’ Als een bom kwam dat bericht binnen bij mij. Bij ons. Ik moest een paar keer knipperen met mijn ogen of ik het niet verkeerd las, vanwege het feit dat die dag mijn bril in de grachten was gevallen. En wat ik met alle trots afgelopen donderdag aan jou wilde vertellen. Een paar keer moest ik vragen of jij het wél was en niet iemand die dezelfde naam heeft wat jij droeg. En of het geen zieke grap was die zij, met ons drieën uithaalde, omdat wij weleens, onderling, flauwe grappen over jou maakten. Grappen waarbij we zeiden dat één van ons met jou zou gaan trouwen en dat één van ons verliefd op jou zou kunnen zijn. Maar dit keer was het geen grap, maar de werkelijkheid. De fucking werkelijkheid.

Met je allergrootste glimlach zei je dat het hartstikke goed met je gaat, maar het tegendeel heb je vorige week aan ons bewezen.

Het feit dat je weg bent en nooit meer bij ons terug zal keren, is iets wat mij nog steeds pijn doet. Het doet mij pijn dat ik afgelopen donderdag om acht uur op school aankwam en jou niet op de plek zag zitten, waar jij altijd zat. Met jouw oortjes in, luisterend naar muziek. Dat ik niet meer naast je kon zitten, ik niet zag hoe jij je oortjes uitdeed, jouw mobiel in je zak stopte en vervolgens aan mij vroeg hoe het met mij gaat en hoe mijn week was. Doorgaan met het lezen van “Dag topper”