De sterkste overwint

‘Doei moemoe. Tot zo’, roepen we. Wanneer we thuis zijn na de wekelijkse zwemles op de woensdagmiddag, gaan we samen de badkamer in. Ik, als oudere zus, laat het badje vollopen met water en hij, als jongere broertje, stapt erin. Samen spelen we in de douche, gaan we om de beurt in het badje en ineens horen we glas vallen. ‘Wat is dat? Is mama al weer thuis?’, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen idee en stel voor dat we kijken wat er aan de hand is. Eigenlijk vraag ik aan hem of hij wil kijken, maar hij durft niet. ‘Het is niks ergs. Volgens mij heeft mama een bord laten vallen’, zeg ik dan.

Na een minuut of vijf goed geluisterd te hebben, lijken we niks bijzonders meer te horen. Ik weet zeker dat er niks aan de hand is, waardoor we allebei de gezellige sfeer van net oppakken. We kliederen met het water en laten een straal met warme water opnieuw het badje inlopen.  Doorgaan met het lezen van “De sterkste overwint”

Straks wordt er een aanslag gepleegd

Na een treinreis van anderhalf uur stappen we uit op Amsterdam Centraal voor onze overstap. Vanuit de verte zien we dat er een lange rij bij de roltrap staat om naar beneden te kunnen. Ik stel voor om een stuk verder te lopen en daar de trap te nemen, maar hij is het niet met mij eens. ‘We nemen gewoon deze, dat zal wel even snel zijn.’ Na wat tegenstribbelen leg ik mezelf er maar bij neer. Dan maar samen met deze menigte de roltrap af.

Natuurlijk vind je dat. Je gaat alleen met haar omdat ze een kut heeft.

Het moment dat we eindelijk aan de beurt zijn en ik mijn voet op de tree zet, bedenk ik dat we ons bevinden in een menigte: een groot aantal mensen bij elkaar. Dit beangstigt mij, aangezien niet heel lang geleden de aanslagen in Brussel plaatsvonden en het nu wel erg dichtbij komt. ‘Straks wordt er een aanslag gepleegd…’, zeg ik zachtjes tegen hem. Doorgaan met het lezen van “Straks wordt er een aanslag gepleegd”

Toch nog medelijden

Iets in mijn hoofd zei mij al dat ik waakzaam moest zijn wanneer ik het station binnen een kwartier zou naderen en dat beetje pijn in mijn buik probeerde mij te vertellen dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen, maar dat ik hier het straatje in moest. De signalen van dat beetje buikpijn negeerde ik en liep richting de bibliotheek met mijn oortjes in, zodat ik in mijn eigen wereld verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het te laat om mij nog om te keren zonder dat het zou opvallen. Degene die ik namelijk vermijden wilde, zat daar op het bankje; knalgeel jasje, zwarte muts en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Ik werd wakker geschud uit mijn eigen wereld en stond een paar seconden stil om na te denken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. De enige oplossing wat er was, was om langs hem te lopen en de moed te overwinnen die ik al jaren aan het ontwijken ben. Geconfronteerd met hem worden, wilde ik absoluut niet en daarom besloot ik in die seconden wat ik had om na te denken, om achter hem langs te lopen. Doorgaan met het lezen van “Toch nog medelijden”

Dag topper

“Hij is er niet meer.” Als een bom kwam dat bericht binnen bij mij. Bij ons. Ik moest een paar keer knipperen met mijn ogen of ik het niet verkeerd las, vanwege het feit dat die dag mijn bril in de grachten was gevallen. En wat ik met alle trots afgelopen donderdag aan jou wilde vertellen. Een paar keer moest ik vragen of jij het wél was en niet iemand die dezelfde naam heeft wat jij droeg. En of het geen zieke grap was die zij, met ons drieën uithaalde, omdat wij weleens, onderling, flauwe grappen over jou maakten. Grappen waarbij we zeiden dat één van ons met jou zou gaan trouwen en dat één van ons verliefd op jou zou kunnen zijn. Maar dit keer was het geen grap, maar de werkelijkheid. De fucking werkelijkheid.

Het feit dat je weg bent en nooit meer bij ons terug zal keren, is iets wat mij nog steeds pijn doet. Het doet mij pijn dat ik afgelopen donderdag om acht uur op school aankwam en jou niet op de plek zag zitten, waar jij altijd zat. Met jouw oortjes in, luisterend naar muziek. Dat ik niet meer naast je kon zitten, ik niet zag hoe jij je oortjes uitdeed, jouw mobiel in je zak stopte en vervolgens aan mij vroeg hoe het met mij gaat en hoe mijn week was. Doorgaan met het lezen van “Dag topper”