Het kwaad en het gevaar

Enerzijds wil jou beschermen en jou niet laten vallen, anderzijds wil ik het beste voor mezelf. Ik wil mezelf beschermen tegen het gevaar en het kwaad dat er in mijn leven plaatsvindt. Ik wil mezelf niet verliezen en overgeven in het beschermen van jou hiervan. Is het dan egoïstisch? Is het egoïstisch dat ik er daarom voor kies om datgene te doen wat voor mij het beste is en waarschijnlijk voor jou het slechtste? Dat ik nu de keuze maak om jou hierom te laten vallen, puur om mezelf te beschermen? Ik bescherm mezelf namelijk tegen jou, want jij bent het kwaad en het gevaar in mijn leven waarom ik dat doe.

Zijn verbroken belofte

Hij had het zelf aan haar voorgesteld en beloofd dat hij het niet zal worden. “Als jij het niet wordt, dan word ik het ook niet”, zei hij tegen haar. Toen ze hier nog even naar vroeg, naar zijn gemaakte belofte, zei hij met volle trots dat hij het echt niet zal worden. “Maak jij je daar maar niet druk om.” Ze glimlachte en draaide zich weer om. Nu ze naast hem ligt, beseft hij dat hij zich niet aan zijn belofte kan houden. Hij weet niet wat het precies met haar is, maar iets in haar doet wat met hem. Misschien is het wel de manier waarop ze naar hem lacht en naar hem kijkt om te kunnen krijgen wat ze wil, dat zijn ogen laat fonkelen. Misschien is het wel haar grote mond, sterke verhalen en slappe grappen die hem vanbinnen laten glimlachen, of dat ze zich niet bewust is van haar schoonheid. Hij denkt bij zichzelf na of het waard is om dit gevoel toe te laten, om dit gevoel hardop uit te spreken aan haar. Dan tikt hij haar aan en kan hij niet meer terug. “Ik denk dat ik mij niet aan mijn belofte kan houden. Ik ben verliefd op je.”

Misschien ooit

Vanaf het moment dat ik hier zit, zie ik af en toe vanuit mijn ooghoeken hem naar mij gluren. Heel even doet hij dat. Af en toe lach ik, maar besteed er voor de rest geen aandacht aan. Misschien zo.

Ik loop naar binnen met het doel om een ander liedje op te zetten. In de kleine ruimte waar dat zou moeten gebeuren, voel ik iemand naar mij kijken. Zal hij het zijn? Voorzichtig draai ik mijn hoofd om. Hij is het. ‘Wat ga je doen?’ Even negeer ik het en bedenk ik wat ik daadwerkelijk zou willen doen. Hoe hij hier tegenover mij staat, hoe graag ik hem naar mij wil toetrekken. Gewoon hem even naar mij toetrekken, zodat hij dichterbij is. Continue reading “Misschien ooit”