Brrrrrrrrrrrp

Samen met hem sta ik onder de douche en bedenk ik mij hoe ik dit ga doen. Zal ik het gewoon in één keer eruit gooien alsof het niets is? Dat het dan maar gebeurt is? Hop, zand er over? Langzaamaan probeer ik het, maar net wanneer het wil ontglippen, bedenk ik mij dat het toch niet zo’n goed plan is. Het water dat over ons heen loopt, de hitte, de kleine ruimte waar we ons maar net kunnen omdraaien, zijn niet bepaalde goede omstandigheden om het te doen. Straks geeft hij mij nog een klap voor mijn harses, maar waar moet ik het dan doen? Even staar ik naar de shampooflessen en dan vraagt hij mij wat ik aan het doen ben. “Oh, niks. Ik ga er alvast uit. Zie je zo in je kamer, lieverd.” Ik droog mij gauw af en loop naar zijn kamer toe. Eindelijk. Tijd om het te laten gaan: brrrrrrrrrrrrp. De scheet is er uit.

Natuurlijk wist ik dat dit er aan zat te komen wanneer ik een relatie zou starten. Vrouwen moeten, net zoals mannen, elke dag het toilet te bezoeken om een grote boodschap te doen en laten elke dag wel een paar scheten. “Maar hoe ga ik dit doen als ik een vriend heb?”, bedacht ik mij elke keer wanneer ik zat te fantaseren over de toekomst. Doorgaan met het lezen van “Brrrrrrrrrrrp”

Toch nog medelijden

Iets in mijn hoofd zei mij al dat ik waakzaam moest zijn wanneer ik het station binnen een kwartier zou naderen en dat beetje pijn in mijn buik probeerde mij te vertellen dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen, maar dat ik hier het straatje in moest. De signalen van dat beetje buikpijn negeerde ik en liep richting de bibliotheek met mijn oortjes in, zodat ik in mijn eigen wereld verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het te laat om mij nog om te keren zonder dat het zou opvallen. Degene die ik namelijk vermijden wilde, zat daar op het bankje; knalgeel jasje, zwarte muts en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Ik werd wakker geschud uit mijn eigen wereld en stond een paar seconden stil om na te denken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. De enige oplossing wat er was, was om langs hem te lopen en de moed te overwinnen die ik al jaren aan het ontwijken ben. Geconfronteerd met hem worden, wilde ik absoluut niet en daarom besloot ik in die seconden wat ik had om na te denken, om achter hem langs te lopen. Doorgaan met het lezen van “Toch nog medelijden”

Ronald de Vreemde

Misselijk van de alcohol loop ik, in mijn eentje, over The Strip van het prachtige, drukke en sfeervolle Lloret de Mar; op weg naar het hotel. Snel wurm ik mij door een aantal mensen heen en vermijd ik de irritante mannen met een bos rozen in hun hand. Het verbaasd mij dat ik de weg, wat eigenlijk niet zo heel moeilijk is, nog weet met de alcohol in mijn hoofd wat onwijs bonst. Blij ben ik dan ook als ik bijna bij het hotel ben, maar dan zie ik een jongen. Een jongen wie een kop groter is dan ik, wie staat te wankelen op zijn benen en de ingang niet meer kan vinden. ‘Hey, jij daar! Gaat het wel?’, roep ik.

Met langzame passen loop ik naar de jongen toe. ‘Gaat het wel?’, vraag ik nog een keer. Dit keer alleen iets dichterbij. Gemompel. ‘Nee. Mijn vrienden waarmee ik al zes jaar omga, hebben mij in de steek gelaten. In de steek gelaten!’ Ik begin te lachen, vraag hem naar zijn naam en of hij ook in dit hotel overnacht. Voor het laatste sla ik mij nu voor mijn kop, want waarom zou hij hier anders voor het hotel staan? Doorgaan met het lezen van “Ronald de Vreemde”

Geen vader, wel een papa

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer open maak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen er op. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of er tussen al deze enveloppen, ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente is waar ik in woon en hij al is open gemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is.’ schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde, lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het er voor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Doorgaan met het lezen van “Geen vader, wel een papa”

Dag topper

“Hij is er niet meer.” Als een bom kwam dat bericht binnen bij mij. Bij ons. Ik moest een paar keer knipperen met mijn ogen of ik het niet verkeerd las, vanwege het feit dat die dag mijn bril in de grachten was gevallen. En wat ik met alle trots afgelopen donderdag aan jou wilde vertellen. Een paar keer moest ik vragen of jij het wél was en niet iemand die dezelfde naam heeft wat jij droeg. En of het geen zieke grap was die zij, met ons drieën uithaalde, omdat wij weleens, onderling, flauwe grappen over jou maakte. Grappen waarbij we zeiden dat één van ons met jou zou gaan trouwen en dat één van ons verliefd op jou zou kunnen zijn. Maar dit keer was het geen grap, maar de werkelijkheid. De fucking werkelijkheid.

Het feit dat je weg bent en nooit meer bij ons terug zal keren, is iets wat mij nog steeds pijn doet. Het doet mij pijn dat ik afgelopen donderdag om acht uur op school aankwam en jou niet op de plek zag zitten waar jij altijd zat. Met jouw oortjes in, luisterend naar muziek. Dat ik niet meer naast je kon zitten, ik niet zag hoe jij je oortjes uitdeed, jouw mobiel in je zak stopte en vervolgens aan mij vroeg hoe het met mij gaat en hoe mijn week was. Doorgaan met het lezen van “Dag topper”