HET KWAAD EN HET GEVAAR

Enerzijds wil ik jou beschermen en jou niet laten vallen, anderzijds wil ik het beste voor mezelf. Ik wil mezelf beschermen tegen het gevaar en het kwaad wat er in mijn leven plaatsvindt. Ik wil mezelf niet verliezen en overgeven in het beschermen van jou hiervan. Is het dan egoïstisch? Is het egoïstisch dat ik er daarom voor kies om datgene te doen wat voor mij het beste is en waarschijnlijk voor jou het slechtste? Dat ik nu de keuze maak om jou hierom te laten vallen, puur om mezelf te beschermen? Ik bescherm mezelf namelijk tegen jou, want jij bent het kwaad en het gevaar in mijn leven waarom ik dit doe.

Advertenties

DE STERKSTE OVERWINT

‘Doei moemoe. Tot zo’, roepen we. Wanneer we thuis zijn na de wekelijkse zwemles op de woensdagmiddag, gaan we samen de badkamer in. Ik, als oudere zus, laat het badje vollopen met water en hij, als jongere broertje, stapt erin. Samen spelen we in de douche, gaan we om de beurt in het badje en ineens horen we glas vallen. ‘Wat is dat? Is mama al weer thuis?’, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen idee en stel voor dat we kijken wat er aan de hand is. Eigenlijk vraag ik aan hem of hij wil kijken, maar hij durft niet. ‘Het is niks ergs. Volgens mij heeft mama een bord laten vallen’, zeg ik dan.

‘Wat is er gebeurd, mama?’ Ze lijkt geen antwoord te willen geven, daarom besluit ze voor zich uit te staren.

Na een minuut of vijf goed geluisterd te hebben, lijken we niks bijzonders meer te horen. Ik weet zeker dat er niks aan de hand is, waardoor we allebei de gezellige sfeer van net oppakken.Wanneer we voetstappen op de trap horen, nemen we aan dat het onze moeder is. De deur wordt met alle haast geopend, en we zien twee buurvrouwen verschijnen.  Allebei worden we afgedroogd, in een handdoek gewikkeld en opgetild. Ieder door één buurvrouw. Niet wetende wat eraan de hand is. Continue reading “DE STERKSTE OVERWINT”

STRAKS WORDT ER EEN AANSLAG GEPLEEGD

Na een treinreis van anderhalf uur stappen we uit op Amsterdam Centraal voor onze overstap. Vanuit de verte zien we dat er een lange rij bij de roltrap staat om naar beneden te kunnen. Ik stel voor om een stuk verder te lopen en daar de trap te nemen, maar hij is het niet met mij eens. ‘We nemen gewoon deze, dat zal wel even snel zijn’. Na wat tegenstribbelen leg ik mezelf er maar bij neer. Dan maar samen met deze menigte de roltrap af.

Natuurlijk vind je dat. Je gaat alleen met haar omdat ze een kut heeft.

Het moment dat we eindelijk aan de beurt zijn en ik mijn voet op de tree zet, bedenk ik dat we ons bevinden in een menigte: een groot aantal mensen bij elkaar. Dit beangstigt mij, aangezien niet heel lang geleden de aanslagen in Brussel plaatsvonden en het nu wel erg dichtbij komt. ‘Straks wordt er een aanslag gepleegd…’, zeg ik zachtjes tegen hem. Continue reading “STRAKS WORDT ER EEN AANSLAG GEPLEEGD”

TOCH NOG MEDELIJDEN

Iets in mij zei mij dat ik waakzaam moest zijn wanneer ik het station van Alkmaar binnen een kwartier zou bereiken, dat beetje pijn in mijn buik zei me dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen. Dat ik hier gewoon het straatje in moest. De signalen negeerde ik en ik liep toch richting de bibliotheek met mijn oordopjes in, zodat ik in ‘mijn eigen wereld’ verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam, wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het te laat om om te keren zonder dat het zou opvallen. Degene die ik al mijn leven lang probeer te vermijden, zat daar op het bankje: met een knalgeel jasje, zwarte muts en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Een man die mij verwekt heeft, die ik al meer dan 12 jaar niet gesproken heb, niet meer van zo dichtbij gezien heb en die verschrikkelijke dingen gedaan heeft. Dingen die niet te vergeten en te vergeven zijn.

Op dat moment werd ik wakker geschud uit ‘mijn eigen wereld’ en stond ik een paar seconden stil om na te denken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. De enige oplossing wat er was, was om langs hem te lopen en de moed overwinnen die ik al jarenlang aan het ontwijken ben. Geconfronteerd met hem worden wilde ik absoluut niet en daarom besloot in die paar seconden wat ik had om een wijze beslissing te maken, om achter hem langs te lopen. Continue reading “TOCH NOG MEDELIJDEN”

RONALD DE VREEMDE

Misselijk van de alcohol loop ik, in mijn eentje, over The Strip van het prachtige, drukke en sfeervolle Lloret de Mar; op weg naar het hotel. Snel wurm ik mij door een aantal mensen heen en vermijd ik de irritante mannen met een bos rozen in hun hand. Het verbaast mij dat ik de weg nog weet met de alcohol in mijn lichaam, wat onwijs bonst in mijn hoofd. Blij ben ik dan ook als ik bijna bij het hotel ben, maar dan zie ik een jongen. Een jongen die een kop groter is dan ik, die staat te wankelen op zijn benen en de ingang niet meer kan vinden. ‘Hey, jij daar! Gaat het wel?’, roep ik.

Met langzame passen loop ik naar de jongen toe. ‘Gaat het wel?’, vraag ik nog een keer. Dit keer alleen iets dichterbij. Gemompel. ‘Nee. Mijn vrienden waarmee ik al zes jaar omga, hebben mij in de steek gelaten. In de steek gelaten!’ Ik begin te lachen, vraag hem naar zijn naam en of hij ook in dit hotel overnacht. Voor de laatste sla ik mij nu voor mijn kop, want waarom zou hij hier anders voor het hotel staan? Continue reading “RONALD DE VREEMDE”