Friends with benefits

Vanaf het moment dat wij elkaar ontmoetten, dacht ik dat onze intenties hetzelfde waren
Jij vertelde dat je niet op zoek was naar een relatie, dus liet ik de hele gedachten van ‘samenzijn’ varen
We kwamen al gauw op het idee om met elkaar af te spreken, dus vroeg ik wat je wilde doen
En bood aan om een drankje in een café te doen
Dat wilde je niet. Je wilde ergens afgelegen met de auto staan
Toen werd ik eraan herinnerd dat wij ‘friends with benefits’ zijn en voor de buitenwereld doen alsof we niet voor elkaar bestaan

Iedere keer wanneer ik je zie
En mijn vingertoppen over jouw lichaam laat glijden
Jou op jouw lippen kus en wij samen de ‘liefde’ bedrijven
Is het moeilijker voor mij om de gedachte van ‘samenzijn’ en het feit dat wij ‘friends with benefits’ zijn van elkaar te scheiden

Ik accepteerde op een gegeven moment dat jij je eigen dingen deed, en ik de mijne
Het idee dat we elkaar alleen voor de seks zagen, vonden we beiden het fijne
Tot ik ervoor koos om minder van mij te laten horen, dat was het moment dat jij ervoor koos om te zeuren
Je vond het jammer dat je me niet elke dag sprak, omdat je dacht dat ik je dan vergat
Dus vroeg ik het nog een keer wat je nou wilde, maar iets serieus beginnen met mij
De gedachten daarvan, kwam voor jou te dichtbij en besefte ik dat ik mijn energie hieraan verspilde

Iedere keer wanneer ik je zie
En mijn vingertoppen over jouw lichaam laat glijden
Jou op jouw lippen kus en wij samen de ‘liefde’ bedrijven
Is het moeilijker voor mij om de gedachte van ‘samenzijn’ en het feit dat wij ‘friends with benefits’ zijn van elkaar te scheiden

De laatste paar keren dat ik je zag om alleen van jouw lichaam te genieten, begon ik te twijfelen aan de intenties die je hiervoor aangaf
Want welk persoon kust degene op haar voorhoofd, houdt haar hand vast alsof het zijn bezit is, als je het niet doet voor de love?
Daarom dacht ik dat we stappen vooruit aan het maken waren
En de gevoelens die bij mij opkwamen, was ik puur voor jou alleen aan het sparen
Tot op de dag dat jij mij vertelde dat je ‘dit’ liever zo houdt
En vanaf dat moment besefte ik dat mijn serieuze intenties en verliefdheid voor jou hierbij ophoudt

Iedere keer wanneer ik je zie
En mijn vingertoppen over jouw lichaam laat glijden
Jou op jouw lippen kus en wij samen de ‘liefde’ bedrijven
Is het moeilijker voor mij om de gedachte van ‘samenzijn’ en het feit dat wij ‘friends with benefits’ zijn van elkaar te scheiden

Straks wordt er een aanslag gepleegd

Na een treinreis van anderhalf uur stappen we uit op Amsterdam Centraal voor onze overstap. Vanuit de verte zien we dat er een lange rij bij de roltrap staat om naar beneden te kunnen. Ik stel voor om een stuk verder te lopen en daar de trap te nemen, maar hij is het niet met mij eens. ‘We nemen gewoon deze, dat zal wel even snel zijn.’ Na wat tegenstribbelen leg ik mezelf er maar bij neer. Dan maar samen met deze menigte de roltrap af.

Natuurlijk vind je dat. Je gaat alleen met haar omdat ze een kut heeft.

Het moment dat we eindelijk aan de beurt zijn en ik mijn voet op de tree zet, bedenk ik dat we ons bevinden in een menigte: een groot aantal mensen bij elkaar. Dit beangstigt mij, aangezien niet heel lang geleden de aanslagen in Brussel plaatsvonden en het nu wel erg dichtbij komt. ‘Straks wordt er een aanslag gepleegd…’, zeg ik zachtjes tegen hem. Continue reading “Straks wordt er een aanslag gepleegd”

Toch nog medelijden

Iets in mij zei dat ik waakzaam moest zijn. De pijn in mijn buik zei mij dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen, dat ik hier gewoon het straatje in moest. De signalen die mijn lichaam mij gaf, negeerde ik. Ik liep toch richting de bibliotheek met mijn oordopjes in, zodat ik ‘in mijn eigen wereld’ verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam, wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het al te laat om om te keren zonder dat het zou opvallen. Diegene die ik al heel mijn leven probeer te ontwijken, zat daar op het bankje voor de bibliotheek met een knalgeel jasje aan, zwarte muts op en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Een man die mij verwekt heeft, die ik al meer dan twaalf jaar niet gesproken heb, niet meer van zo dichtbij gezien heb en die verschrikkelijke dingen gedaan heeft. Dingen die niet te vergeten en te vergeven zijn.

Op dat moment werd ik wakker geschud uit ‘mijn eigen wereld’ en stond ik even stil, om te kunnen nadenken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. Het enige wat ik kon bedenken, was om langs hem te lopen en de moed bij elkaar op te rapen die ik al jarenlang aan het vermijden ben. Geconfronteerd worden met hem wilde ik niet en daarom besloot ik, in die paar seconden dat ik had, om achter hem langs te lopen. Continue reading “Toch nog medelijden”

Ronald de Vreemde

Misselijk van de alcohol loop ik, in mijn eentje, over The Strip van het prachtige, drukke en sfeervolle Lloret de Mar; op weg naar het hotel. Snel wurm ik mij door een aantal mensen heen en vermijd ik de irritante mannen met een bos rozen in hun hand. Het verbaast mij dat ik de weg naar het hotel nog weet met de alcohol in mijn lichaam, wat onwijs bonst in mijn hoofd. Blij ben ik dan ook als ik bijna bij het hotel ben, maar dan zie ik een jongen. Een jongen die een kop groter is dan ik, die staat te wankelen op zijn benen en de ingang niet meer kan vinden. ‘Hey, jij daar! Gaat het wel?’, roep ik.

Met langzame passen loop ik naar de jongen toe. ‘Gaat het wel?’, vraag ik nog een keer. Deze keer alleen iets dichterbij. Gemompel. ‘Nee. Mijn vrienden waarmee ik al zes jaar omga, hebben mij in de steek gelaten. In de steek gelaten!’ Ik begin te lachen, vraag hem naar zijn naam en of hij ook in dit hotel overnacht. Voor dat laatste sla ik mij nu voor mijn kop, want waarom zou hij hier anders voor het hotel staan? Continue reading “Ronald de Vreemde”

Geen vader, wel een papa

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer openmaak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen erop. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of tussen al deze enveloppen ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente waar ik in woon en hij al is opengemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is’, schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het ervoor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Continue reading “Geen vader, wel een papa”