DE STERKSTE OVERWINT

‘Doei moemoe. Tot zo’, roepen we. Wanneer we thuis zijn na de wekelijkse zwemles op de woensdagmiddag, gaan we samen de badkamer in. Ik, als oudere zus, laat het badje vollopen met water en hij, als jongere broertje, stapt erin. Samen spelen we in de douche, gaan we om de beurt in het badje en ineens horen we glas vallen. ‘Wat is dat? Is mama al weer thuis?’, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen idee en stel voor dat we kijken wat er aan de hand is. Eigenlijk vraag ik aan hem of hij wil kijken, maar hij durft niet. ‘Het is niks ergs. Volgens mij heeft mama een bord laten vallen’, zeg ik dan.

‘Wat is er gebeurd, mama?’ Ze lijkt geen antwoord te willen geven, daarom besluit ze voor zich uit te staren.

Na een minuut of vijf goed geluisterd te hebben, lijken we niks bijzonders meer te horen. Ik weet zeker dat er niks aan de hand is, waardoor we allebei de gezellige sfeer van net oppakken.Wanneer we voetstappen op de trap horen, nemen we aan dat het onze moeder is. De deur wordt met alle haast geopend, en we zien twee buurvrouwen verschijnen.  Allebei worden we afgedroogd, in een handdoek gewikkeld en opgetild. Ieder door één buurvrouw. Niet wetende wat eraan de hand is. Continue reading “DE STERKSTE OVERWINT”

Advertenties

TOCH NOG MEDELIJDEN

Iets in mij zei mij dat ik waakzaam moest zijn wanneer ik het station van Alkmaar binnen een kwartier zou bereiken, dat beetje pijn in mijn buik zei me dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen. Dat ik hier gewoon het straatje in moest. De signalen negeerde ik en ik liep toch richting de bibliotheek met mijn oordopjes in, zodat ik in ‘mijn eigen wereld’ verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam, wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het te laat om om te keren zonder dat het zou opvallen. Degene die ik al mijn leven lang probeer te vermijden, zat daar op het bankje: met een knalgeel jasje, zwarte muts en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Een man die mij verwekt heeft, die ik al meer dan 12 jaar niet gesproken heb, niet meer van zo dichtbij gezien heb en die verschrikkelijke dingen gedaan heeft. Dingen die niet te vergeten en te vergeven zijn.

Op dat moment werd ik wakker geschud uit ‘mijn eigen wereld’ en stond ik een paar seconden stil om na te denken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. De enige oplossing wat er was, was om langs hem te lopen en de moed overwinnen die ik al jarenlang aan het ontwijken ben. Geconfronteerd met hem worden wilde ik absoluut niet en daarom besloot in die paar seconden wat ik had om een wijze beslissing te maken, om achter hem langs te lopen. Continue reading “TOCH NOG MEDELIJDEN”

GEEN VADER, WEL EEN PAPA

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer openmaak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen erop. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of tussen al deze enveloppen ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente waar ik in woon en hij al is opengemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is’, schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het er voor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Continue reading “GEEN VADER, WEL EEN PAPA”