Niet als een gemis

We zitten tegenover elkaar.
Jij vrij, ik vastgebonden.
Jij verlangend naar de waarheid,
ik wachtend om te biechten over mijn zonden.
Je kijkt me aan en in jouw ogen zie ik de pijn.
Pijn dat ik veroorzaakt heb,
maar het heeft helaas zo moeten zijn.

Je vraagt of ik nog van je houd.
Natuurlijk, houden van doe ik.
Alleen is de liefde tussen ons al een langere tijd wat te koud.
Hoe het kan zijn dat jij je zo voelt?
Ik kan het niet verklaren,
want deze situatie is door de golven van de zee
zo op ons strand gespoeld.

Je vraagt of er een ander in beeld is,
dat is iets wat je nu gokt en waarin jij je vergist.
Je vraagt je nog meer dingen af,
maar wat ik me afvraag,
is of jij je afvraagt
of ik mij nog dingen afvraag.
Dat doe je niet.

Je allerlaatste vraag,
of jij de liefde van mijn leven bent.
Je ziet twijfeling in mijn gezicht,
en eerlijk is eerlijk:
ik zie een leven zonder jou
niet als een gemis.

Advertenties

Dag topper

‘Hij is er niet meer.’ Als een bom kwam dat bericht binnen bij mij. Bij ons. Ik moest een paar keer knipperen met mijn ogen of ik het niet verkeerd las, vanwege het feit dat die dag mijn bril in de grachten was gevallen. En wat ik met alle trots afgelopen donderdag aan jou wilde vertellen. Een paar keer moest ik vragen of jij het wél was en niet iemand die dezelfde naam heeft wat jij droeg. En of het geen zieke grap was die zij, met ons drieën uithaalde, omdat wij weleens, onderling, flauwe grappen over jou maakten. Grappen waarbij we zeiden dat één van ons met jou zou gaan trouwen en dat één van ons verliefd op jou zou kunnen zijn. Maar dit keer was het geen grap, maar de werkelijkheid. De fucking werkelijkheid.

Met je allergrootste glimlach zei je dat het hartstikke goed met je gaat, maar het tegendeel heb je vorige week aan ons bewezen.

Het feit dat je weg bent en nooit meer bij ons terug zal keren, is iets wat mij nog steeds pijn doet. Het doet mij pijn dat ik afgelopen donderdag om acht uur op school aankwam en jou niet op de plek zag zitten, waar jij altijd zat. Met jouw oortjes in, luisterend naar muziek. Dat ik niet meer naast je kon zitten, ik niet zag hoe jij je oortjes uitdeed, jouw mobiel in je zak stopte en vervolgens aan mij vroeg hoe het met mij gaat en hoe mijn week was. Continue reading “Dag topper”