Afgebroken muur

Heel voorzichtig, beetje bij beetje, breekt de muur af die ik jarenlang heb opgebouwd.
De muur waar ik mij jaren achter probeer te verstoppen, waar ik mezelf probeer te beschermen, want het is en voelt daar zo vertrouwd.
Maar door het kennismaken met jou, door de nachtelijke avonturen met jou, door elke aanraking van jou, valt er elke keer weer een laag van die muur af.
En dat jouw aanrakingen vertrouwder voelen dan mij te verstoppen achter die opgebouwde muur, had ik niet verwacht.
Je laat mij telkens snakken naar meer, want niet met jou zijn, geen aanrakingen van jou, voelt dan ook als een straf.
Ik raak met de tijd verslaafder aan jou, met de tijd verwacht ik meer van jou en apprecieer ik jou.

Maar met de tijd merk ik ook dat jij afstandelijker wordt, dat elke aanraking van jou steeds minder wordt en als ik toch door jou aangeraakt wordt, dat deze aanraking op mijn kwetsbare, blote huid kouder aanvoelt.
Ik vraag jou erom, schreeuw erom en huil erom.
Je hebt het niet zo bedoeld en hebt spijt dat het tussen ons tweeën zo is gegroeid.
Het was tenslotte ook niet mijn bedoeling om verslaafd aan jou te raken en vraag mij dan ook af of dat wel het juiste was, of ik mij niet had moeten blijven verstoppen, zodat ik mezelf kon blijven beschermen en hier niet in verzeild raakte.
We nemen afstand, tot er radiostilte tussen ons is en begin ik maar weer aan de muur te bouwen waar ik toentertijd gebleven was.

Wat is er mis met mij?

Vertel, wat is er mis met mij?
Aangezien het erop lijkt dat je mij alweer vergeten lijkt te zijn
na een dag of vijf.
Want als ik het zo van een afstand bekijk, vermijd je mij
omdat je bang bent dat ik anders te lang in jouw leven blijf,
dan je vooraf gedacht had.
Maar dacht je hier ook aan toen ik naast jou in bed lag?

Liefdesstrijd

Ik probeerde jouw aandacht te trekken,
om jou iets belangrijks te kunnen vertellen.
Ik wilde je namelijk waarschuwen dat ons einde in zicht was
en dat ik bijna op het punt stond om te vertrekken.
Zo eigenwijs als je bent, reageerde en luisterde je niet.
In plaats daarvan, negeerde je het
en duwde jij mij keer op keer weg.

En zo eigenwijs als ik ben, kwam ik telkens bij jou terug.
Misschien omdat ik niet wist,
niet wist hoe ik zonder jou nou verder moest.
Daarom greep ik met beide handen de hand
waarmee jij mij telkens wegduwde,
om zo vervolgens toch nog wat langer bij jou te kunnen zijn,
omdat ik van de gedachte zonder jou zo ontzettend gruwde.

Maar nu staat dan ons einde toch voor de deur,
omdat ik ervoor kies om niet langer te willen leven in deze sleur.
Begrijp mij niet verkeerd,
de gedachte zonder jou laat mij nog steeds gruwen.
Het is alleen tijd om die gedachte weg te duwen
en voor mezelf te kiezen.
Want ik wil mezelf niet in onze liefdesstrijd verliezen.

Niet als een gemis

We zitten tegenover elkaar.
Jij vrij, ik vastgebonden.
Jij verlangend naar de waarheid,
ik wachtend om te biechten over mijn zonden.
Je kijkt me aan en in jouw ogen zie ik de pijn.
Pijn dat ik veroorzaakt heb,
maar het heeft helaas zo moeten zijn.

Je vraagt of ik nog van je houd.
Natuurlijk, houden van doe ik.
Alleen is de liefde tussen ons al een langere tijd wat te koud.
Hoe het kan zijn dat jij je zo voelt?
Ik kan het niet verklaren,
want deze situatie is door de golven van de zee
zo op ons strand gespoeld.

Je vraagt of er een ander in beeld is,
dat is iets wat je nu gokt en waarin jij je vergist.
Je vraagt je nog meer dingen af,
maar wat ik me afvraag,
is of jij je afvraagt
of ik mij nog dingen afvraag.
Dat doe je niet.

Je allerlaatste vraag,
of jij de liefde van mijn leven bent.
Je ziet twijfeling in mijn gezicht,
en eerlijk is eerlijk:
ik zie een leven zonder jou
niet als een gemis.