Tot nooit meer ziens

Nadat we de auto hebben gelost op de grote parkeerplaats bij de Albert Heijn XL, stap ik samen met mijn broertje en een vriendin uit de auto. Terwijl we richting de ingang van de supermarkt lopen, zie ik voor mij een kleine man met een gekleurde rugtas lopen. Ik krijg direct het gevoel dat er iets niet klopt en dat hij het wellicht is, maar hoe groot is die kans nou? Dus besluit ik mijn onderbuikgevoel te negeren en loop ik langzaam achter hem verder.

Voordat we daadwerkelijk de supermarkt betreden, vraagt mijn broertje of hij niet eerst een bakje kibbeling kan halen. ‘Laten we eerst boodschappen doen en dan pas kibbeling halen’, geef ik als antwoord. Want dat onderbuikgevoel dat ik eerder negeerde, komt weer opspelen. Iets in mij zegt dat we direct de supermarkt in moeten duiken en hier zo snel mogelijk weg moeten, maar ik zie de teleurstelling in zijn gezicht. ‘Haal maar. Je moet niet met een lege maag de supermarkt in.’

“Maar waarom zou ik nog naar hem omkijken?”

Ik zie een glimlach op zijn gezicht verschijnen en vervolgens trekt hij een sprintje naar de visboer. Terwijl hij zijn bakje kibbeling bestelt, neem ik kletsend plaats aan de grote, houten tafel en kijk ik naar rechts. Ik schrik, want ik zie die kleine man met de gekleurde rugtas daar staan. Hij is het toch wel. Gauw kijk ik weer de andere kant op. ‘Kijk eens langzaam naar rechts. Zie je die man daar staan?’, fluister ik tegen mijn vriendin. Ze draait langzaam haar hoofd naar rechts en bevestigt dat zij hem heeft gezien. ‘Dat is mijn vader.’ Doorgaan met het lezen van “Tot nooit meer ziens”

Advertenties

Toch nog medelijden

Iets in mij zei dat ik waakzaam moest zijn. De pijn in mijn buik zei mij dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen, dat ik hier gewoon het straatje in moest. De signalen die mijn lichaam mij gaf, negeerde ik. Ik liep toch richting de bibliotheek met mijn oordopjes in, zodat ik ‘in mijn eigen wereld’ verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam, wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het al te laat om om te keren zonder dat het zou opvallen. Diegene die ik al heel mijn leven probeer te ontwijken, zat daar op het bankje voor de bibliotheek met een knalgeel jasje aan, zwarte muts op en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Een man die mij verwekt heeft, die ik al meer dan twaalf jaar niet gesproken heb, niet meer van zo dichtbij gezien heb en die verschrikkelijke dingen gedaan heeft. Dingen die niet te vergeten en te vergeven zijn.

Op dat moment werd ik wakker geschud uit ‘mijn eigen wereld’ en stond ik even stil, om te kunnen nadenken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. Het enige wat ik kon bedenken, was om langs hem te lopen en de moed bij elkaar op te rapen die ik al jarenlang aan het vermijden ben. Geconfronteerd worden met hem wilde ik niet en daarom besloot ik, in die paar seconden dat ik had, om achter hem langs te lopen. Doorgaan met het lezen van “Toch nog medelijden”