Toch nog medelijden

Iets in mij zei dat ik waakzaam moest zijn. De pijn in mijn buik zei mij dat ik niet langs de bibliotheek moest lopen, dat ik hier gewoon het straatje in moest. De signalen die mijn lichaam mij gaf, negeerde ik. Ik liep toch richting de bibliotheek met mijn oordopjes in, zodat ik ‘in mijn eigen wereld’ verder kon lopen. Naarmate ik verder liep en dichterbij de plek kwam, wat ik eigenlijk ontwijken moest, was het al te laat om om te keren zonder dat het zou opvallen. Diegene die ik al heel mijn leven probeer te ontwijken, zat daar op het bankje voor de bibliotheek met een knalgeel jasje aan, zwarte muts op en een paar volle plastic tassen bij zijn voeten.

Een man die mij verwekt heeft, die ik al meer dan twaalf jaar niet gesproken heb, niet meer van zo dichtbij gezien heb en die verschrikkelijke dingen gedaan heeft. Dingen die niet te vergeten en te vergeven zijn.

Op dat moment werd ik wakker geschud uit ‘mijn eigen wereld’ en stond ik even stil, om te kunnen nadenken wat ik moest doen, wat het verstandigst was. Het enige wat ik kon bedenken, was om langs hem te lopen en de moed bij elkaar op te rapen die ik al jarenlang aan het vermijden ben. Geconfronteerd worden met hem wilde ik niet en daarom besloot ik, in die paar seconden dat ik had, om achter hem langs te lopen. Continue reading “Toch nog medelijden”

Advertenties

Geen vader, wel een papa

‘Hoi pap!’ roep ik richting de keuken, terwijl ik de deur van de woonkamer openmaak. Mijn ogen schieten automatisch naar de glazen tafel met een heleboel enveloppen erop. Nieuwsgierig loop ik naar de tafel toe en kijk ik of tussen al deze enveloppen ook een envelop voor mij bestemd is. Vreemd kijk ik op. Niet vanwege de reden dat er één voor mij is, maar omdat de envelop afkomstig is van een andere gemeente waar ik in woon en hij al is opengemaakt. Snel gris ik de brief eruit en lees ik globaal de tekst door. ‘Pap! Ze vragen of ik weet waar mijn vader is’, schreeuw ik naar de keuken.

Sinds dat ik zeven jaar ben, weet ik niet beter. De blonde lange man met een best grote neus die een relatie met mijn moeder heeft, destijds bij ons is komen intrekken en waar ik totaal niet op lijk, is mijn papa. Een papa die ieder kind op deze wereld maar kan wensen. Vroeger deed en nu doet hij alles wat een vader in zijn kinds leven hoort te doen. Iets wat de mijne niet kan bieden: mijn biologische vader.

Want in een leven van een kind hoort een papa te zijn die je elke avond voordat je gaat slapen, je voorleest. Het ervoor over heeft om elke zaterdagochtend vroeg op te staan, zodat hij je naar zwemles kan brengen. Met je naar de bibliotheek gaat en samen uren in de boeken rond te neuzen. Continue reading “Geen vader, wel een papa”