De sterkste overwint

‘Doei moemoe. Tot zo’, roepen we. Wanneer we thuis zijn na de wekelijkse zwemles op de woensdagmiddag, gaan we samen de badkamer in. Ik, als oudere zus, laat het badje vollopen met water en hij, als jongere broertje, stapt erin. Samen spelen we in de douche, gaan we om de beurt in het badje en ineens horen we glas vallen. ‘Wat is dat? Is mama al weer thuis?’, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen idee en stel voor dat we kijken wat er aan de hand is. Eigenlijk vraag ik aan hem of hij wil kijken, maar hij durft niet. ‘Het is niks ergs. Volgens mij heeft mama een bord laten vallen’, zeg ik dan.

Na een minuut of vijf goed geluisterd te hebben, lijken we niks bijzonders meer te horen. Ik weet zeker dat er niks aan de hand is, waardoor we allebei de gezellige sfeer van net oppakken. We kliederen met het water en laten een straal met warme water opnieuw het badje inlopen.  Doorgaan met het lezen van “De sterkste overwint”