Afgebroken muur

Heel voorzichtig, beetje bij beetje, breekt de muur af die ik jarenlang heb opgebouwd.
De muur waar ik mij jaren achter probeer te verstoppen, waar ik mezelf probeer te beschermen, want het is en voelt daar zo vertrouwd.
Maar door het kennismaken met jou, door de nachtelijke avonturen met jou, door elke aanraking van jou, valt er elke keer weer een laag van die muur af.
En dat jouw aanrakingen vertrouwder voelen dan mij te verstoppen achter die opgebouwde muur, had ik niet verwacht.
Je laat mij telkens snakken naar meer, want niet met jou zijn, geen aanrakingen van jou, voelt dan ook als een straf.
Ik raak met de tijd verslaafder aan jou, met de tijd verwacht ik meer van jou en apprecieer ik jou.

Maar met de tijd merk ik ook dat jij afstandelijker wordt, dat elke aanraking van jou steeds minder wordt en als ik toch door jou aangeraakt wordt, dat deze aanraking op mijn kwetsbare, blote huid kouder aanvoelt.
Ik vraag jou erom, schreeuw erom en huil erom.
Je hebt het niet zo bedoeld en hebt spijt dat het tussen ons tweeën zo is gegroeid.
Het was tenslotte ook niet mijn bedoeling om verslaafd aan jou te raken en vraag mij dan ook af of dat wel het juiste was, of ik mij niet had moeten blijven verstoppen, zodat ik mezelf kon blijven beschermen en hier niet in verzeild raakte.
We nemen afstand, tot er radiostilte tussen ons is en begin ik maar weer aan de muur te bouwen waar ik toentertijd gebleven was.

Advertenties