Misschien ooit

Vanaf het moment dat ik hier zit, zie ik af en toe vanuit mijn ooghoeken hem naar mij gluren. Heel even doet hij dat. Af en toe lach ik, maar besteed er voor de rest geen aandacht aan. Misschien zo.

Ik loop naar binnen met het doel om een ander liedje op te zetten. In de kleine ruimte waar dat zou moeten gebeuren, voel ik iemand naar mij kijken. Zal hij het zijn? Voorzichtig draai ik mijn hoofd om. Hij is het. ‘Wat ga je doen?’ Even negeer ik het en bedenk ik wat ik daadwerkelijk zou willen doen. Hoe hij hier tegenover mij staat, hoe graag ik hem naar mij wil toetrekken. Gewoon hem even naar mij toetrekken, zodat hij dichterbij is. Doorgaan met het lezen van “Misschien ooit”

Verlangens

Met z’n allen zitten we aan tafel. Naast mij zit jij. De hele avond heb ik je van alle kanten kunnen bewonderen. Hoe je korte bruine haren bij jouw groene ogen past, de lengte van jouw lichaam en jouw stem. Je praat over het meisje waarmee je ooit iets hebt gedaan. De falen die jullie hebben meegemaakt. Ik lach hardop, omdat ik het grappig vind. Maar vooral door de alcohol die door mijn lijf giert. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe je naar mij kijkt. Allebei luisteren we niet naar het verhaal wat er aan de tafel wordt verteld. Je wilt mij. Ik voel hoe je onder de tafel mijn bovenbeen vast grijpt. Ik kijk naar jouw vingers hoe ze mijn bovenbeen strelen. Geconcentreerd doe ik dat. Ik hoor stoelen aan de overkant schuiven. Verschrikt kijk ik op. Ze moeten plassen, met z’n allen blijkbaar. We zijn met z’n tweeën in de woonkamer achter gelaten. Je glimlacht. Oh God, wat heb je toch een mooie glimlach. Doorgaan met het lezen van “Verlangens”